RETOUREN, OH GOD DAAR KOMT WEER EEN PAKKETJE TERUG

Ooit had ik een baas, een slimme. Hij was behoorlijk goed in het beoordelen van business plannen. En businessplannen waren, in de tijd dat ik bij de uitgeverij werkte, aan de orde van de dag. Geproduceerd door een heel bataljon van business developers, over het algemeen gretige jonge mannen, vers van de universiteit. Met een hoofd vol cijfers, statistieken, grafieken en (natuurlijk) innovatieve ideeën. En erg goed in presenteren. Hoe beter de power point, des te lager de drempel naar de board room leek het wel.

Maar mijn slimme baas keek door cijfers en aantallen heen alsof ze van glas gemaakt waren. 

“Shit in, shit out”, mocht hij graag zeggen als hij de uitkomsten van een hoera-rapport niet vertrouwde. Of “mijn water vertelt me dat we hier iets gemist hebben”. Wij Nederlanders zien tenslotte altijd een reden om het water erbij te slepen.

Hier kunnen we een lesje van leren.

Ten eerste: Stop realistische cijfers in je plan. Dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan want je wilt zo verschrikkelijk graag je idee realiseren, verkopen.

Ten tweede: Wees niet bang voor de knul die Thread heet en wees je bewust van zijn zusje Weakness. In de online retail ontmoet je ze gauw genoeg. Beschouw ze maar als de klop op de deur, de postbode die twee keer aanbelt: het zijn de pakjes die terugkomen.
De retouren.
Voor je het vergeet zit er namelijk een zwart rouwrandje om je gouden businessplan. Want wat terugkomt kost geld. Het is arbeidsintensief, uitpakken, weer inpakken, controleren, terugboeken, de verzendkosten (heen), de verzendkosten terug (eventueel).

Een webshop runnen, betekent heel heel intensief bezig zijn met je retouren.
Wat komt er terug, hoeveel komt er terug, waarom komt het terug, hoe komt het terug, wanneer komt het terug en tenslotte: hoe kom je er van af (niet).

Ziedaar het grote verschil met de ‘echte’ winkel.

Hoewel, daar wordt toch ook wel eens iets teruggebracht?